Zoals het de echte popnerd betaamt, heb ik een keurig geordende platenkast. Nu zijn er altijd vakjes die lang leeg blijven, bijvoorbeeld ‘zweedse minimal techno’. Het wordt sinds 2007 wel gevuld door iets bijzonders; From Here We Go Sublime van The Field heeft nog steeds een verslavende werking op mij. Met Fever Ray hoeft The Field niet meer alleen te zetelen in zijn vakje.
Fever Ray = Karin Dreijer Andersson – de vrouwelijke helft van The Knife. Het duo werd bekend toen José González hun ‘Heartbeats’ coverde. Solo hanteert de Zweedse blondine dezelfde formule: synthesizer, drumbeat en soms wat verrassende instrumenten. Toch is dit niet het vierde album van The Knife. De plaat is meer ingetogen en minder creatief. Dat klinkt negatief, maar het is juist de kracht van deze plaat. De voortkabbelende songs worden omringd door een kille duisternis.
De sfeer sluit fantastisch aan bij de stem van Andresson – in hoevere ze een eigen stemgeluid laat horen tenminste. Door tal van effecten expirimenteert de Zweedse nog al eens met haar eigen stemgeluid. Verstandig, helemaal kaal refereert ze wel erg naar Björk, en dat moet je niet proberen na te doen.
Er hangt een ongrijpbaar mysterie rond deze plaat. Dit is geen Brain Wilson werk, waarbij je per minuut kan uitleggen waarom het goed in elkaar zit. Dit is een Scandinavisch product – weinig middelen, doch veel resultaat. De Ikea-formule verovert de wereld.
3,5 uit 5
