
Men neme een kilo rustige, funky rechttoe-rechtaan jazz, een theelepel popmuziek, een mespuntje Room Eleven, een korreltje Jamie Cullum en een flinke klodder atmosferische, elektronische lounge. Even laten sudderen in de stereo-installatie en met een goed glas wijn opdienen. Zo luidt in grote lijnen ’t recept voor de nieuwe Blue Swerver: The Art of Collapsing. Het levert een lekker relaxed jazzy soepje op, met af en toe een elektronische ondertoon. Waarschijnlijk een beetje té modern voor de jazzpurist, maar zeker niet verkeerd om even lekker bij te relaxen na een lange dag.
De vijf heren uit Londen weten beeldende teksten te combineren met rustige, stijlvolle jazz en maken af en toe een leuk uitstapje naar glitchy elektronica. Zelf omschrijven ze ’t als “Chet Baker meets Massive Attack”. Op The Art of Collapsing is die eerste een stuk sterker vertegenwoordigd dan die tweede, maar de omschrijving is leuk, nietwaar?
De plaat is misschien iets té rustig om de aandacht constant vast te houden, maar mede door de elektronische uitstapjes en de droevige ondertoon ook zeker niet weg te stoppen als liftmuziek of dinerjazz.
Deze heren weten op een interessante manier verschillende genres aan elkaar te plakken, en hoewel de jazzelementen af en toe iets te geforceerd jazzy klinken en de elektronische passages af en toe iets te geforceerd experimenteel is het eindresultaat toch keurig. Er is duidelijk veel werk in deze plaat gestoken en meer dan voldoende aandacht geschonken aan details. De bescheiden trompet geeft je even ’t idee in een donker jazzcafé te staan, de elektronische bliepjes toveren een loungebar voor ogen en de akoestische gitaar in ‘At The Movies’ geeft je heel even dat zomergevoel. Jammer dat er ook iets te veel passages zijn die vooral tijd op lijken te vullen. Nog net wat meer pit had deze plaat tot een nog grotere hoogte getild. Maar verder: Dik in orde, en erg lekker.
3,5 uit 5
